|
Woudrichem ligt in het Land van Heusden en Altena.
Het stadjeWoudrichem, dat tevens de hoofdplaats was van het omringende Land van Altena, heeft een veelbewogen historie achter de rug. In 1356 krijgt Woudrichem, ook wel genoemt Woerkum, stadsrecht. Stad en Land van Altena behoorde tot het gewest Holland en maakt pas sinds 1815 deel uit van Noord- Brabant. Tijdens de Arkelse oorlog in 1405, de Tachtigjarige Oorlog en de oorlogen met Frankrijk in 1672 en 1794/95 had het stadje, dat aan de einde van de16e eeuw werd uitgebouwd tot een belangrijke Hollandse vesting, veel te lijden van de belegeringen en plunderingen. In 1556 heerste de pest in de stad.
Haar grote bloeitijd kende Woudrichem tussen 1354 tot 1425. Na 1680 wijkt het oorlogsgevaar, het garnizoen wordt kleiner en daarmee neemt ook de welvaart af.Het ontnemen van de vestingstatus van het stadje in 1816 betekent de economische doodsteek en de verpaupering slaat toe.De visserij, die reeds vanaf de Middeleeuwen voor werkgelegenheid zorgde, was in de 19e en het begin van de 20e eeuw de dobber waarop de Woecumse economie dreef. In de vijftiger jaren verloor de visserij vanwege de vervuiling van de Maas en de Merwede aan belang.
Vanwege de restauratie van de vesting, het toerisme en de nieuwbouw buiten de wallen, krijgt de oude stad nu nieuwe impulsen om te overleven.
De Gemeente Woudrichem is door de gemeentelijke herindeling per 1 januari 1973 gevormd uit de voormalige gemeenten Almkerk, Andel, Giessen, Rijswijk en Woudrichem met een inwonertal van ongeveer 13.838 en een oppervlakte van 5160 ha.
Loevestein, dat tot 1815 tot de stadsjurisdictie van Woudrichem behoorde, ontleent zijn naam aan de heer Diederik Loef van Horne, heer van Altena, die in ca. 1356 op de landtong waar Maas en Waal tezamen stroomden deze burcht deed bouwen. Deze burcht is ook bekend vanwege de ontsnapping in een boekenkist door Hugo de Groot.
Bij koninklijk Besluit van 23 maart 1974, nr.30 is aan de gemeente Woudrichem een wapen verleend, waarvan de omschrijving luidt als volgt: "In goud twee afgewende zalmen van keel; een schildhoofd van sabel met vijf breedarmige kruisjes van goud. Het schild gedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee parels".
|
|
|